Werken met wat er nu is
We liepen nog geen vijf minuten toen ik het zag.
Tranen. Een slik. En toch ging ze dapper verder over haar boosheid.
“Mijn contract wordt niet verlengd… ik snap het niet.”
“Wacht eens,” zei ik. “Ik wil even terug naar wat ik zie.
Je tranen. Je slik. Wat gebeurt er bij je? Laten we hier blijven. Vertel.”
En toen kwam het.
De diepe zucht. De tranen die al jaren wachtten.
“Ik huil eigenlijk nooit,” zei ze. “Ik heb geleerd om sterk te zijn. Door te gaan. Niet op te geven.”
We stonden stil.
Ruimte voor wat eindelijk mocht spreken.
Na een tijdje zei ze zacht:
“Als ik eerlijk ben… ben ik eigenlijk opgelucht dat deze baan stopt.
Maar ik kon het zelf niet opzeggen. Altijd maar dóór.
En nu zie ik: dit helpt me kiezen voor wat ik echt wil.”
We namen de tijd.
Voor haar tranen.
Voor haar waarheid.
Voor wat er nú is.
En zo eindigde onze wandeling — niet met antwoorden, maar met ruimte.
Ruimte waarin een nieuw vergezicht ontstond.